PDCA kennen veel ondernemers en managers: de verbeterlus uit de kwaliteitswereld. Plan, Do, Check, Act. Je maakt een plan, je voert het uit, je meet het resultaat, je stuurt bij. Een sterke, simpele cyclus. Maar hij begint bij het plan, en behandelt degene die het plan uitvoert als een gegeven. Daar zit het verschil met de D+ Methode.
Wat PDCA doet
PDCA maakt verbeteren systematisch. Niet één keer iets proberen en hopen, maar een rondje dat je blijft draaien. Plan een aanpassing, voer hem uit, kijk of hij werkte, en maak hem vast of pas hem aan. Voor een productieproces, een werkwijze of een team is dat goud waard. Je leert stap voor stap, in plaats van op je onderbuik.
Waar PDCA in de D+ Methode past
Leg je PDCA naast D+, dan zie je dat het grotendeels overlapt met drie fases. Plan lijkt op D2, Doelformulering. Do is D3, Doen. Check en Act horen bij D4, doorzetten en bijsturen. Als cyclus doen ze hetzelfde: blijven rondgaan, niet stoppen na één poging. Op dat punt zijn ze familie. Het verschil zit niet in het rondje zelf, maar in waar dat rondje begint en wie het draait.
PDCA begint bij het plan, D+ bij de spiegel
Het verschil zit aan het begin. PDCA start bij Plan: je hebt al bedacht wat je gaat doen. D+ zet er een fase vóór, D1 Diagnose. Eerst eerlijk kijken waar je nu echt staat, dan pas een plan. Sla je dat over, dan plan je scherp op een verkeerd startpunt. Een goed uitgevoerd plan voor het verkeerde probleem blijft het verkeerde plan.
Neem een ondernemer wiens omzet terugloopt. Hij zet PDCA in op zijn verkoopproces: hij scherpt zijn mails aan, meet de respons, stuurt bij, ronde na ronde. Keurig uitgevoerd. Toch loopt de omzet nauwelijks op, want het echte probleem ligt elders. Hij staat zelf niet meer achter zijn product. Zonder die eerlijke diagnose optimaliseert hij een strakke lus, recht de verkeerde kant op.
De mens is geen proces
PDCA komt uit de fabriek, en dat merk je. Het behandelt de uitvoerder als een machine die het plan netjes draait. Maar een mens twijfelt, verliest zin, vraagt zich af of dit doel wel van hem is. D+ neemt dat mee. D2 vraagt of het doel echt van jou is. D4 gaat over volhouden als de motivatie wegvalt, en dat is iets anders dan het proces bijstellen. Een proces dat hapert, repareer je. Een mens die vastloopt, moet je eerst begrijpen. De vraag is dan niet wat er mis is met de aanpak, maar wat er speelt bij degene die hem moet volhouden.
PDCA verbetert het proces. Het vraagt nooit of de mens erachter nog wil.
Zo gebruik je ze samen
Het is geen keuze tussen de twee. PDCA is een prima motor binnen D+. Zodra je aan het doen bent, D3, en aan het volhouden, D4, houdt de lus je aanpak scherp. Je draait rondjes, meet je resultaat en stuurt bij, precies waar PDCA sterk in is.
Het verschil is waar je hem in hangt. Zet de eerlijke diagnose eromheen, zodat je zeker weet dat je aan het juiste werkt. Het proces optimaliseer je met PDCA. De richting en de volhoudkracht komen van de mens erachter.
PDCA is een uitstekende lus voor je proces, gebruik hem gerust waar je werk zich herhaalt. Maar een mens is geen productielijn. Wil je naast je proces ook jezelf verbeteren, dan begint het een stap eerder, bij D1 Diagnose. Eerst eerlijk kijken waar je staat, dan pas een plan.
De Doelsterk-nieuwsbrief
Over doelen stellen, volhouden en groeien. Kort, leuk en meteen bruikbaar. Meld je gratis aan.
Je krijgt een bevestigingsmail. Klik de link erin om je aanmelding af te ronden.